Mooi resultaat over 2020, zorg over komende jaren

De gemeente Heerde heeft over 2020 een onverwacht positief resultaat behaald van bijna 2,5 miljoen euro, zo blijkt uit de jaarrekening. Dit bedrag pakt zo hoog uit omdat door de coronacrisis op veel budgetten geld is overgebleven en door een eenmalige, hogere uitkering van het Rijk. 

Zorgen zijn er over de komende jaren. Dat blijkt uit de perspectiefnota (waarin de gemeente vooruit kijkt naar de financiële situatie in de komende jaren). Het rijk stelt structureel te weinig middelen beschikbaar voor de stijgende kosten van onder andere groeiende (jeugd)zorg en huishoudelijk hulp. Daarop heeft de gemeente weinig invloed terwijl ze kosten wel moet dragen. 

Vooral binnen het sociaal domein leidde de coronacrisis leidde tot minder uitgaven, bijvoorbeeld doordat de voorziening ‘schoon en leefbaar huis’ minder werd gebruikt, minder woon- en vervoervoorzieningen zijn aangevraagd en een aantal pilots voor bijvoorbeeld maatschappelijke opvang en beschermd wonen niet zijn opgestart. 

Ook elders had de crisis een financieel voordeel, bijvoorbeeld door hogere legesopbrengsten door de hogere huizenprijzen en de hausse aan verbouwingen (bijna 3 ton extra) en verminderde kosten voor het kantoor of reiskosten door thuiswerken. Een andere financiële meevaller was het uitstel van de Omgevingswet, waardoor bijna 2 ton kon worden bespaard. De algemene uitkering van het Rijk pakte € 260.000 hoger uit dan voorzien. Omdat dit allemaal éénmalige voordelen zijn, heeft het overschot een incidenteel karakter en geen langjarig voordeel.

Perspectief

De komende jaren ziet het financiële beeld er minder gunstig uit. Gemeenten zijn financieel grotendeels afhankelijk van het Rijk. Juist daaraan schort het: al meerdere jaren hevelt het Rijk wel taken over, maar laat de daarvoor benodigde middelen achterwege. Dit speelt met name in het sociaal domein (jeugdzorg en huishoudelijke ondersteuning), maar ook voor de omgevingswet en de energietransitie. Daarnaast heeft het Rijk een structurele korting doorgevoerd voor het opschalen naar gemeenten van 100.000 inwoners of meer, terwijl de opschaling niet is uitgevoerd. 

“Ons takenpakket is fors gegroeid maar de vergoeding ervoor niet. Daarom worden we gedwongen opnieuw geld uit de reserve te halen om onze lopende kosten te dekken. Het is zeer aan te bevelen dat een nieuw kabinet anders met de lagere overheden omgaat. Wij voeren taken uit die dichtbij de inwoners liggen: jeugdzorg, participatie, huishoudelijk zorg, energietransitie, woningbouw, enzovoort. Dat doen we met liefde! Maar daar hoort een ruimhartige vergoeding bij. Het Gemeentefonds moet anders ingericht te worden. De koek moet groter, de opschalingskorting van tafel en er moet rust komen door langjarige, financiële afspraken, zodat we weten wat we als Rijk en gemeenten aan elkaar hebben”, aldus wethouder Wolbert Meijer. 

Weliswaar heeft het Rijk onlangs toegezegd om 1,3 miljard extra vrij te maken voor gemeenten om in te zetten op de jeugdzorg, maar dit geldt alleen voor 2022. “Dat is mooi. Tegelijk is het schadelijk voor de onderlinge verhoudingen van Rijk en gemeenten dat dit pas tot stand kon komen na arbitrage. Zo horen overheden niet met elkaar om te gaan!”, aldus wethouder Meijer. 

Zolang deze onzekerheid blijft, wil het college geen onomkeerbare besluiten nemen. Daarom is het college van B&W voorzichtig in de perspectiefnota die ze aan de gemeenteraad voorlegt en neemt daarin geen financiële risico’s. Verder wacht het de uitkomsten van de Meicirculaire af (een financieel bericht van het Rijk dat meestal in juni komt en dan nog doorgerekend moet worden) en rekent het op betere afspraken met het Rijk. 

De perspectiefnota wordt op 12 juli in de gemeenteraad behandeld.