Klimaattop Glasgow: in 2030 einde aan ontbossing

100 landen hebben besloten dat er een einde komt aan de wereldwijde ontbossing. Dit gebeurde op de klimaattop van Glasgow. Per jaar verdwijnt er 7,5 miljoen hectare aan bos. Het behoud van bossen is belangrijk voor de biodiversiteit, maar ook  voor het klimaat. Wereldwijd slaan de bossen één derde van de wereldwijde CO2-uitstoot op. Nederland en de Europese Unie ondersteunen het besluit. Maar wat betekent dit voor onze gemeentebossen?

Allereerst: in de gemeentebossen speelt ontbossing niet. We houden onze bossen en er wordt niet grootschalig gekapt. De gemeente kapt alleen bomen om de bossen uit te dunnen. Zo krijgen de bomen die overblijven meer ruimte.  We laten het bos ouder worden, met oude dikke bomen, meer loofhout en een grote variatie in soorten en structuur. We kappen jaarlijks maximaal de hoeveelheid hout dat er ook weer bijgroeit. Maar meestal halen we minder weg. Het bos blijft bos, het wordt natuurlijker en krijgt een hogere biodiversiteit. De houtvoorraad blijft op peil en neemt zelfs iets toe.

Maar hoe zit het dan met de verbinding die we hebben gemaakt tussen het Wollegrasven naar het Pluizenmeer? Hier is toch wel ontbost? Dat klopt, maar de ontstane kleine kapvlakte compenseren we op andere plekken op en langs de hei. Uiteindelijk blijft de oppervlakte aan bos gelijk. De vlakte die we hebben gemaakt is goed voor de biodiversiteit.

De manier waarop we het bos onderhouden is goed om CO2 langdurig vast te houden. Als bomen groeien vormen ze hout. Daarbij nemen ze CO2 op. Als hout vergaat  of verbrandt komt diezelfde hoeveelheid CO2 weer vrij.  Het hout dat we kappen wordt verwerkt tot bouwmateriaal of meubels. De CO2 blijft er in zitten en komt dus niet in de atmosfeer. Slechts een kleine fractie wordt brandhout. De kap draagt dus bij aan het langdurig vasthouden van CO2, omdat de voorraad hout in het bos gelijk blijft.

Al met al kunnen we alleen maar blij zijn als de wereldwijde ontbossing stopt. Vanuit ons gemeentelijk bosbeheer dragen we een klein steentje bij.

Bea Claessens, bosbeheerder.