Informatie voor bijeenkomst 28 januari 2026
Tijdens de bijeenkomst op 28 januari vertellen we jullie over de conclusies en de belangrijkste resultaten. In dit document leggen we uit welke methoden we hebben gebruikt om de informatie te analyseren. We delen deze uitleg alvast, zodat de bijeenkomst op 28 januari makkelijker te volgen is. Als u dit vooraf leest, begrijpt u beter hoe we tot de resultaten zijn gekomen. Tijdens de bijeenkomst van 28 januari bespreken we de resultaten en conclusies.
Om alle informatie op te halen, hebben we twee soorten onderzoek gedaan: Spoor 1: gesprekken met bewoners en andere betrokkenen Spoor 2: bureauonderzoek (Ruimtelijke analyse en beleidsanalyse).
Voor spoor 1 hebben we op 1 november 2025 hebben we een buurtsafari georganiseerd. Daarnaast hebben we ongeveer 25 gesprekken gevoerd met bewoners, ondernemers, organisaties en andere betrokkenen.
We hebben 3 verschillende onderwerpen onderzocht:
- Ruimtelijke analyse
- Beleidsanalyse
- Belangenanalyse
Ruimtelijke analyse
Waarom een ruimtelijke analyse?
Voordat we plannen kunnen maken, moeten we het landschap goed begrijpen. Een landschap bestaat uit alles wat je ziet, hoe het wordt gebruikt en hoe mensen het ervaren. Denk aan bomen, water, wegen, gebouwen, maar ook aan rust, cultuur en geschiedenis. Het landschap verandert door de natuur én door mensen. Omdat veel dingen met elkaar samenhangen, is het soms ingewikkeld om te begrijpen. Daarom verdelen we het landschap in verschillende lagen. Zo kunnen we stap voor stap zien hoe het werkt en waarom het eruitziet zoals het doet. Zie ook het plaatje hiernaast.
Hoe doen we dat?
Voor de ruimtelijke analyse hebben we het landschap verdeeld in vier lagen. Elke laag laat een andere kant van het landschap zien. Samen geven ze een compleet beeld.
- Landvorm We kijken naar de bodem en de ondergrond: welke grondsoorten er zijn, hoe hoog of laag het gebied ligt en waar het grondwater staat. Dit bepaalt hoe het gebied gebruikt kan worden en hoe water stroomt.
- Structuurvorm We bekijken wat mensen en natuur hebben toegevoegd. Denk aan wegen, gebouwen, bossen, landbouwgrond, sloten en rivieren. Samen vormen deze elementen de structuur van het landschap.
- Ruimtevorm We kijken naar het landschap in drie dimensies. Waar is het open? Waar voelt het meer gesloten? Welke elementen bepalen de ruimte, zoals gebouwen, bomenrijen of houtwallen?
- Verschijningsvorm Dit zijn de details die het landschap een eigen karakter geven. Bijvoorbeeld welke planten er groeien, welke materialen in gebouwen worden gebruikt en hoe gebouwen in het landschap staan. Op basis hiervan delen we het landschap in gebieden die op elkaar lijken. Dit noemen we landschappelijke eenheden. Een voorbeeld is een kampenlandschap met oude boerderijen met rieten daken en kronkelende wegen.
Naast deze vier lagen hebben we ook gekeken naar hoe het gebied er vroeger uitzag. Dit noemen we het historisch landschap. Hiervoor gebruikten we oude kaarten en andere bronnen. Ook hebben we gekeken naar belangrijke thema’s zoals verkeer, archeologie en recreatie.
Samen geven deze onderdelen een duidelijk beeld van hoe het gebied er nu uitziet.
Beleidsanalyse
Waarom een beleidsanalyse?
Beleid bestaat uit afspraken, regels en doelen van de overheid. Het bepaalt hoe een gebied gebruikt, beschermd of ontwikkeld mag worden. Denk aan regels over bouwen, water, verkeer en de leefomgeving.
Voor het maken van een ontwikkelkader is het belangrijk om te weten welk beleid al geldt. Zo weten we wat wel en niet kan, welke keuzes belangrijk zijn en waar kansen liggen. Een goede beleidsanalyse zorgt ervoor dat het ontwikkelkader haalbaar en goed onderbouwd is. Zie ook het plaatje hiernaast.
Hoe doen we dat?
We zijn begonnen met het verzamelen van alle beleidsdocumenten die invloed hebben op het gebied. Dit kunnen visies, plannen, regels of kaarten zijn van de gemeente, provincie, het waterschap of het Rijk. We hebben onderzocht welke documenten verplicht zijn en welke vooral richting geven.
Daarna hebben we per document gekeken naar de belangrijkste doelen, uitgangspunten en regels. We hebben onderzocht welke onderdelen gevolgen hebben voor het gebied waarvoor het ontwikkelkader wordt gemaakt. Door deze informatie samen te vatten, ontstaat een duidelijk beeld van wat het beleid vraagt.
Tot slot hebben we de beperkingen en kansen benoemd die uit de analyse kwamen. We hebben gekeken welke regels waar gelden en hoe deze het gebied beïnvloeden. Dit helpt om te zien waar maatschappelijke opgaven liggen, waar ruimte is voor ontwikkeling en waar grenzen zijn.
Deze inzichten geven een eerste richting voor het ontwikkelkader. Het sluit aan bij bestaand beleid en maakt gebruik van de mogelijkheden die er zijn.
Belangenanalyse
Waarom een belangenanalyse?
Een belangenanalyse helpt om te begrijpen wat verschillende betrokkenen belangrijk vinden in een gebied. Het doel is om van standpunten naar belangen te gaan.
- Een standpunt is wat iemand vindt of wil.
- Een belang is waarom iemand dat vindt of wil.
Door belangen te onderzoeken ontstaat meer begrip voor elkaar. Mensen kunnen verschillende standpunten hebben, maar toch hetzelfde belang delen. Als we dat gezamenlijke belang vinden, kunnen we vaak beter samenwerken.
We zoeken daarom naar de overkoepelende, gezamenlijke belangen. Deze gebruiken we om oplossingen te bedenken die voor iedereen waardevol zijn.
Hoe doen we dat?
De belangenanalyse is gebaseerd op gesprekken, contactmomenten en de buurtsafari. Eerst hebben we alle standpunten en belangen van bewoners, ondernemers, organisaties en andere betrokkenen verzameld. Daarna hebben we deze samengevoegd in groepen. Iedereen zou zich in één of meer groepen moeten kunnen herkennen.
Vervolgens hebben we gekeken welke gezamenlijke belangen er zijn. Dit zijn belangen die voor alle groepen belangrijk zijn en waar individuele belangen onder passen.
Deze gezamenlijke belangen vormen de basis voor het ontwikkelkader. Ze geven richting aan welke onderwerpen verder moeten worden uitgewerkt. Een voorbeeld van zo’n gezamenlijk belang is: “Kwaliteit van de leefomgeving (versterken, behouden en vastleggen van de gebiedsidentiteit).”
De analyse is niet bedoeld om groepen tegenover elkaar te zetten, maar om inzicht te geven in wat er leeft. Tijdens de deelsessie van 28 januari controleren we samen of de belangen goed en herkenbaar zijn weergegeven. In het vervolg van het proces gebruiken we de groepen niet meer en kijken we alleen nog vanuit de (gezamenlijke) belangen.